SYDNEY – Een tribunaal in New South Wales, Australië, heeft de controversiële politicus Mark Latham veroordeeld tot het betalen van ongeveer €60.000 (A$100.000) aan schadevergoeding aan het openlijk homoseksuele parlementslid uit Sydney, Alex Greenwich, wegens onrechtmatige homofobe belediging en seksuele intimidatie.
De uitspraak, gedaan door het NSW Civil and Administrative Tribunal (NCAT), markeert een belangrijk moment voor de verantwoordelijkheid van publieke figuren voor hun online gedrag. Naast de financiële sanctie is de heer Latham bevolen de gewraakte socialemediaberichten binnen 24 uur te verwijderen en is het hem verboden soortgelijke onrechtmatige beledigingen aan het adres van de heer Greenwich te herhalen.
De zaak komt voort uit een reeks openbare opmerkingen die de heer Latham in 2023 maakte. Het eerste incident betrof een grafische en seksueel expliciete tweet van de heer Latham, gericht aan de heer Greenwich. Deze werd geplaatst als reactie op een nieuwsartikel waarin de heer Greenwich de heer Latham een 'walgelijk mens' had genoemd na een protest bij een van zijn openbare optredens.
Het tribunaal oordeelde dat de tweet van de heer Latham 'grof en expliciet taalgebruik' bevatte om een veronderstelde seksuele handeling te beschrijven. De leden concludeerden dat de tweet 'in staat was om een gewoon lid van het publiek van [de heer Latham] aan te zetten tot haat, ernstige minachting of ernstige bespotting' van de heer Greenwich op basis van zijn homoseksualiteit.
Een patroon van intimidatie
De zaak onderzocht ook latere opmerkingen van de heer Latham, waaronder een verklaring aan een krant waarin hij insinueerde dat de heer Greenwich betrokken was bij het 'groomen van kinderen' en een online radio-interview waarin hij de veronderstelde seksuele praktijken van de heer Greenwich als 'om van te kotsen' omschreef.
Het tribunaal stelde vast dat deze acties een patroon van belediging en seksuele intimidatie vormden. In een opmerkelijke bevinding met mogelijke internationale gevolgen, oordeelde het tribunaal dat voor politici sociale media en de ether als onderdeel van hun 'werkplek' kunnen worden beschouwd.
'Politici hebben ongebruikelijk werk, in die zin dat hun werk vereist dat ze in de publieke belangstelling staan. Het bijwonen van dergelijke interviews en het plaatsen van materiaal maakt deel uit van hun parlementaire en politieke werk,' schreven de leden. Deze interpretatie maakte het mogelijk om het gedrag te classificeren als onrechtmatige seksuele intimidatie tussen parlementsleden onder de Anti-Discriminatie Wet van de staat.
Het tribunaal verwierp het verweer van de heer Latham dat zijn opmerkingen 'te goeder trouw' waren gemaakt ten behoeve van het publieke debat. In plaats daarvan werden ze omschreven als 'verbale 'klappen' tegen een politieke tegenstander, beledigingen van een grove en vulgaire aard, die waarschijnlijk lage emoties aanwakkeren of aanmoedigen.'
Impact op de gemeenschap en tegendraadse reactie
Tijdens de procedure werd opgemerkt dat de berichten van de heer Latham een 'spervuur' van haatdragende berichten en bedreigingen aan het adres van de heer Greenwich ontketenden. Dit veroorzaakte psychisch letsel bij hem en dwong zijn kantoor om veiligheidsmaatregelen te nemen bij het openen van de post.
In een verklaring na de uitspraak zei de heer Greenwich dat de beslissing een duidelijke boodschap afgeeft. 'Ik heb deze zaak niet alleen voor mezelf aangespannen, maar voor de vele mensen in de LHBTIQIA+-gemeenschap die soortgelijk misbruik ervaren en te horen krijgen dat ze het moeten accepteren als onderdeel van het openbare leven of het online debat,' zei hij. 'De uitspraak maakt duidelijk dat sociale media overduidelijk een middel kunnen zijn voor onrechtmatige belediging, vooral wanneer het gedrag wordt vertoond door een publiek figuur met een groot publiek.'
De heer Latham, ooit leider van de federale Australische Labor-partij voordat hij overstapte naar de rechts-populistische partij One Nation en later onafhankelijk werd, blijft onverzettelijk. In een verklaring op X (voorheen Twitter) omschreef hij de uitspraak als een 'woke, links-politiek oordeel' en kondigde hij aan in beroep te gaan.
Dit is de tweede civiele zaak die de heer Latham van de heer Greenwich heeft verloren. In 2024 werd hij in een afzonderlijke smaadzaak veroordeeld tot het betalen van A$140.000, een vonnis waartegen hij ook in beroep is gegaan.