Dit is een opiniestuk gepubliceerd door Het Parool en geschreven door Kris van der Veen (GroenLinks), Lian Heinhuis (PvdA), Itay Garmy (Volt), Anke Bakker (Partij voor de Dieren), Wout Deterink (VVD), Nilab Ahmadi (De Vonk), Erik Schmit (D66) en Carla Kabamba (Partij voor Morgen).
Amsterdam is een stad van vrijheid en verbeelding. Een stad die haar hyperdiversiteit viert: met rauwe randjes, en met stemmen die luid of aarzelend zijn. Die progressieve geest koesteren, vieren en beschermen we. Volgend jaar ontvangt Amsterdam de wereld voor WorldPride: een viering van vrijheid die pas geloofwaardig is als we de plekken koesteren waar die vrijheid elke dag wordt geleefd.
Maar wie de queerplekken in deze stad volgt, ziet hoe deuren vaker sluiten: van cafés en clubs tot gemeenschapsruimtes. Dit zijn geen gewone horecazaken, en het gaat niet alleen om uitgaanscultuur; het zijn ruimtes waar je voor het eerst durfde te bestaan. Waar je gezien werd, niet bevraagd. Dat zijn waarden waar we niet zonder kunnen als we Amsterdam niet willen verliezen. En als die ruimtes verdwijnen, wordt de stad stiller op precies die plekken waar ze het meest leeft.
Sinds 2010 is het landschap van het queer-uitgaansleven in Amsterdam merkbaar veranderd. Waar er toen nog zo’n 40 cafés, bars en clubs waren, zijn dat er nu nog ongeveer 25. De afgelopen twee jaar sloten nog eens zes plekken hun deuren: de traditionele kroeg Amstel Fifty Four, de Caribische gaybar Reality, Lola the Green Aardvark in Oost, het lesbische café B’Femme, de fetishbar The Web en Café Brug34. En terwijl Bar Pamela in Oud-West via een inzamelingsactie probeert te overleven, zie je hoe kwetsbaar deze plekken zijn.
Een langzaam dalende trend
Dit zijn geen tekenen van verdwijning, maar van verandering: het karakter van het queer-nachtleven verschuift, vernieuwt en verplaatst zich. Nieuwe initiatieven ontstaan, zoals Club Raum, de QueerHub, Bar Bario en Bar Buka, maar ze kunnen vaak niet stevig wortelen, gedragen als ze worden door vrijwilligers, tijdelijke energie en een gemeenschap die steeds weer moet opstaan wanneer een plek wankelt. Wie deze ontwikkelingen over vijftien jaar naast elkaar legt, ziet geen rechte lijn, maar een langzaam dalende trend, met telkens nieuwe pieken en verliezen.
We horen je denken: maar veel horecazaken hebben het moeilijk. En dat is waar. Ondernemers kampen met stijgende kosten, personeelstekorten, veranderend uitgaansgedrag, stijgende huren en vergunningstrajecten die soms langer duren dan een zaak kan dragen. Die realiteit telt. Maar voor veel queerplekken geldt iets anders: ze draaien niet alleen om omzet, maar om een gemeenschap die er een thuis vindt.
Deze zaken herbergen levensverhalen; ze bieden veiligheid, troost en ontdekking. Ze redden levens in een tijd waarin de queergemeenschap bovengemiddeld worstelt met suïcide, eenzaamheid, verslaving en seksueel geweld. Juist daarom verdienen deze plekken onze steun, nu en in de toekomst: vrijheid is nooit vanzelfsprekend, en zeker niet op de plekken waar ze het eerst en het felst wordt gevierd.
Veilige haven in een "bruine kroeg"
Het verhaal van queer Amsterdam begon niet gisteren. Honderd jaar geleden opende Bet van Beeren haar Café ’t Mandje aan de Zeedijk: een plek die, ondanks alles wat is veranderd, nog steeds bestaat als een stille getuige van wat een queerruimte kan betekenen. In een tijd waarin homoseksualiteit taboe was, werd haar traditionele bruine kroeg een veilige haven.
En die waarde blijft onveranderd: nog elke week vinden nieuwe mensen dat eerste moment van ademruimte in cafés als Prik, Saarein, Queen’s Head, de Trut, Spijkerbar, Montmartre of de NYX. De eerste ruimte waar je niet hoeft te doen alsof. Waar het vasthouden van iemands hand geen speciale moed vereist, anders dan de roes van verliefdheid. Waar je een ander voorzichtig aanraakt of kust en ervaart dat niemand opkijkt. Hier kennen ze je naam misschien nog niet, maar begrijpen ze je wel.
Volgend jaar vieren we WorldPride 2026. We laten de wereld zien hoe progressief en vrij onze stad is. En elk jaar beleven honderden mensen hier hun eerste Pride: hun eerste Canal Parade, hun eerste protest, hun eerste nacht zonder masker. Die momenten van thuiskomen bestaan bij de gratie van de plekken die deze stad dragen.
Deze plekken zijn geen bijzaak
Daarom hebben we één duidelijke oproep aan de organisatoren van WorldPride: geef al die kleurrijke Amsterdamse queercafés, -clubs en gemeenschapscentra een centrale plek in de programmering. Laat ze meedoen, meespreken en meebeslissen. Gebruik dit momentum om hen te versterken, want deze plekken zijn geen bijzaak: ze zijn het fundament waarop WorldPride rust.
Zonder hen is er geen vrijheid, geen cultuur, geen geschiedenis om te vieren, en geen toekomst om in te luiden. Geef ze de zichtbaarheid, het podium en de plek die ze verdienen: alleen dan is WorldPride ons verhaal.