Welkom in het Doornenhof, een vervallen villa in de jaren tachtig. Weduwnaar Gijselhart (gespeeld door Kirsten Mulder) woont er met zijn volwassen kinderen. Eerst de een, dan allebei. In het Doornenhof voelt iedereen zich opgesloten en vindt dat de ander opgesloten zou moeten worden.
Oerconservatief en geobsedeerd door geld en reinheid, staat hij lijnrecht tegenover zijn kroost. Dochter Magda (bijnaam Prul) is ongehuwd en zwanger van een Joodse man, en zoon Leendert keert als aidspatiënt terug uit New York. Oude wonden worden opengereten. En als ook de vader van Pruls baby ten tonele verschijnt, is een confrontatie onvermijdelijk…
Veertig jaar na de publicatie van de controversiële roman van Frans Kellendonk brengt regisseur Koen Verheijden (Jongensuren) het verhaal opnieuw op de planken. In zijn kenmerkende, gelaagde taal, ving Kellendonk een jaar uit het leven van de gebroken familie Gijselhart. Een familie die een pijnlijke spiegel wordt van de gepolariseerde Nederlandse samenleving aan het einde van de twintigste eeuw. En veertig jaar later is dat beeld nog steeds verrassend herkenbaar.
De familie Gijselhart wil niets liever dan bij elkaar horen, maar hoe harder ze proberen, hoe verder ze uit elkaar drijven. Want terwijl we naar deze disfunctionele familie kijken, rijst onvermijdelijk de vraag: denken we echt dat we het als samenleving beter doen dan in Kellendonks tijd?
Verheijden kiest voor een groteske, soms rauw-komische speelstijl waarin humor en ongemak dicht naast elkaar bestaan. Niet om te oordelen, maar om zichtbaar te maken hoe mensen elkaar kunnen kwijtraken. Juist op het moment dat ze proberen elkaar vast te houden.
Alle voorstellingen zijn Nederlands en Engels boventiteld.