LUXEMBURG – In een uitspraak met verstrekkende gevolgen voor lhbti+-rechten in heel Europa heeft het hoogste gerechtshof van de Europese Unie gisteren geoordeeld dat de Hongaarse wet uit 2021 die de uitbeelding van homoseksualiteit en genderidentiteit aan minderjarigen verbiedt, in directe tegenspraak is met het EU-recht en haar grondbeginselen. De uitspraak van het Europees Hof van Justitie (HvJ-EU) oordeelde dat de wetgeving discriminerend is, een illegale beperking van diensten vormt en een belediging is voor de menselijke waardigheid.
De uitspraak, gedaan op 21 april 2026, volgt iets meer dan een week nadat de Hongaren stemden voor het beëindigen van de 16 jaar durende onafgebroken heerschappij van Viktor Orbán, wiens regering de controversiële wet introduceerde. Het besluit van het Hof verplicht Hongarije de wetgeving in te trekken, op straffe van mogelijke aanzienlijke financiële sancties.
Een wet gebaseerd op een valse aanname
De Hongaarse wet werd officieel gepresenteerd als een maatregel om kinderen te beschermen en pedofilie te bestrijden. De bepalingen wijzigden echter diverse wetten om alle media-inhoud – van televisieprogramma's en films tot advertenties – te verbieden die werd gezien als het 'promoten' van homoseksualiteit of geslachtsverandering aan personen onder de 18 jaar. Door deze beperkingen op te nemen in een wetsvoorstel tegen pedofilie, creëerde de Hongaarse regering een directe en opzettelijke associatie tussen lhbti+-personen en kindermisbruikers.
De Europese Commissie vocht de wet aan, met het argument dat deze fundamenteel onverenigbaar was met de EU-beginselen. Het HvJ-EU, zitting houdend als Grote Kamer – een formatie die is voorbehouden aan zaken van uitzonderlijk belang – was het op alle punten met de Commissie eens.
De gelaagde redenering van het Hof
De rechters ontmantelden systematisch de juridische rechtvaardigingen van Hongarije en oordeelden de wet op meerdere gronden illegaal.
- Schending van de interne markt: Het Hof stelde vast dat de wet op onrechtmatige wijze de vrijheid van dienstverleners, zoals omroepen en streamingplatforms, beperkt om hun content over de EU-grenzen aan te bieden. Hoewel Hongarije aanvoerde dat dit gerechtvaardigd was ter bescherming van kinderen, oordeelde het Hof dat de aanpak van de wet disproportioneel en discriminerend was. Het merkte op dat de wet er zonder meer van uitging dat elke vermelding van een lhbti+-identiteit inherent schadelijk is voor minderjarigen, een standpunt dat het Hof verwierp.
- Inbreuk op de grondrechten: De uitspraak bevestigde dat de wet meerdere rechten schendt die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de EU. De wet vormt directe discriminatie op grond van seksuele geaardheid (artikel 21), een ernstige inmenging in het recht op privéleven door sociale onzichtbaarheid af te dwingen (artikel 7), en een ongerechtvaardigde beperking van de vrijheid van meningsuiting (artikel 11).
- Een aanval op de menselijke waardigheid: Het Hof ging verder en stelde dat door een volledige minderheidsgroep wettelijk te associëren met criminele plegers, de wet een directe schending van de menselijke waardigheid (artikel 1) was, een hoeksteen van het Handvest.
Een historische uitspraak over EU-waarden
Misschien wel het belangrijkste aspect van de uitspraak is de bevinding over artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Dit artikel somt de fundamentele waarden van de EU op: eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren.
Voor het eerst heeft het HvJ-EU geoordeeld dat de wet van een lidstaat een "kennelijke en bijzonder ernstige schending" van deze waarden vormt, waardoor artikel 2 van een politieke verklaring wordt omgevormd tot een harde, juridisch afdwingbare norm. Het Hof verwierp expliciet de poging van Hongarije om de wet te verdedigen op grond van zijn 'nationale identiteit', en stelde dat nationale identiteit niet kan worden gebruikt als rechtvaardiging voor het schenden van de fundamentele waarden van de Unie zelf.
Gevolgen voor Hongarije en de EU
Hongarije is nu wettelijk verplicht zijn wetten in overeenstemming te brengen met de uitspraak van het Hof. Als het land dit nalaat, kan de Europese Commissie overgaan tot het eisen van aanzienlijke dagelijkse boetes.
Buiten Hongarije schept deze uitspraak een krachtig precedent. Het versterkt het juridische arsenaal dat beschikbaar is om wetten in andere lidstaten aan te vechten die democratische normen en de rechten van minderheden ondermijnen. Voor de lhbti+-gemeenschap in Nederland en heel Europa dient de uitspraak als een krachtige bevestiging dat gelijkheid en non-discriminatie geen optionele extra's zijn, maar centraal staan in de juridische identiteit van de Europese Unie.