Acteur en producent Elliot Page verleent zijn stem aan een nieuwe documentaire die lang gekoesterde aannames over wat 'natuurlijk' is op het gebied van gender en seksualiteit in twijfel trekt. De film, met de titel Second Nature, stelt dat queerness geen anomalie is, maar een terugkerend en normaal onderdeel van het leven op aarde.
De documentaire, ingesproken door Page, gaat verder dan de simplistische biologische kaders die vaak op scholen worden onderwezen. De film toont een scala aan gedragingen in het wild die starre menselijke categorieën tarten, zoals pinguïnkoppels van hetzelfde geslacht die jongen grootbrengen, clownvissen die van geslacht veranderen, en bonobo's die seksueel contact gebruiken voor sociale binding en conflictoplossing. De film betoogt dat dit geen uitzonderingen zijn, maar juist een integraal onderdeel van het brede spectrum van het leven.
De wetenschappelijke basis van de documentaire is grotendeels gebaseerd op het werk van dr. Joan Roughgarden, een transgender evolutiebioloog aan Stanford University. Haar boek, Evolution’s Rainbow, is een sleuteltekst die traditionele wetenschappelijke opvattingen over seksuele selectie en de veronderstelde universaliteit van heteronormativiteit in twijfel trekt. De film presenteert haar argument dat "de natuur een hekel heeft aan categorieën" en dat de genderbinariteit een menselijk construct is, geen biologisch absoluut gegeven.
Een actueel tegengeluid
De release van Second Nature komt op een zeer geschikt moment. In de Verenigde Staten wordt de term 'biologie' vaak aangehaald door conservatieve wetgevers om wetgeving te rechtvaardigen die gericht is tegen de transgendergemeenschap, van verboden op gezondheidszorg tot beperkingen op toilettoegang. Hoewel de film zich richt op de Amerikaanse politieke context, resoneert de boodschap ook in Europa, waar vergelijkbare argumenten worden gebruikt door rechtse groeperingen om zich te verzetten tegen lhbtq+-rechten. De documentaire dient als een tegengeluid en gebruikt wetenschappelijk bewijs om deze essentialistische beweringen te ontkrachten.
In een interview reageerde Page hierop: “Ik zou graag willen dat mensen even stilstaan bij de mate van indoctrinatie waardoor ze zo vastzitten aan opvattingen die feitelijk gewoon niet waar zijn.”
Naast de biologische voorbeelden biedt de film ook een kritiek op de wetenschapsgeschiedenis. De film belicht hoe generaties onderzoekers diverse seksuele en genderuitingen bij dieren vaak wel observeerden, maar er niet over rapporteerden of ze ronduit verwierpen. Deze bevindingen waren vaak in tegenspraak met de heersende culturele en religieuze vooroordelen, wat leidde tot wat een wetenschapper in de film “een van de best bewaarde geheimen” in de biologie noemt.
Een bevestigende en speelse film
Regisseur Drew Denny legde uit dat het project voortkwam uit haar eigen ervaringen met opgroeien in een conservatieve omgeving waar queerness als onnatuurlijk werd afgeschilderd. Voor Denny was de ontdekking van de wetenschappelijke realiteit van diversiteit in de natuur een diepgaande persoonlijke bevestiging. Dit gevoel wordt gedeeld door Page, die in een interview aangaf dat hij zich door het project “zo bevestigd” voelde en dat de informatie voelde als een “overduidelijke waarheid” waarvan hij verbaasd was dat hij die niet eerder kende.
Volgens vroege beschrijvingen vermijdt Second Nature een droge, academische toon. De film is naar verluidt speels en humoristisch, en bespreekt onderwerpen als “penisschermende” bonobo’s en de complexe genitaliën van diverse diersoorten met enthousiasme. De film wil zowel educatief als vermakelijk zijn, en maakt zijn wetenschappelijke punten toegankelijk en boeiend.
Uiteindelijk suggereert Second Nature dat de angst voor onzekerheid velen ertoe aanzet zich vast te klampen aan starre binaire opvattingen. De film stelt dat de natuur zelf deze angst nooit heeft gekend en diversiteit omarmt als een kernprincipe van het bestaan.