Data van TGEU leggen ongelijke vooruitgang in transrechten in Europa bloot
AMSTERDAM - Transgender Europe (TGEU) heeft zijn nieuwste gegevens gepubliceerd over de juridische en sociale positie van trans personen in 54 landen in Europa en Centraal-Azië. De data schetsen een beeld van aanzienlijke vooruitgang naast hardnekkige, diepgewortelde barrières. Hoewel meer landen dan ooit procedures hebben voor juridische geslachtserkenning, blijft de weg naar volledige gelijkheid en veiligheid lang en verschilt deze sterk van land tot land.
Juridische geslachtserkenning: een gemengd beeld
Uit de gegevens blijkt dat 40 van de 54 landen nu een vorm van juridische procedure voor geslachtserkenning (LGR) hebben. De toegankelijkheid en menselijkheid van deze procedures lopen echter sterk uiteen. Een belangrijk criterium is LGR op basis van zelfbeschikking, waarbij ingrijpende medische of psychologische eisen worden geschrapt. Momenteel voldoen tien landen aan deze norm:
- Belgium
- Denmark
- Finland
- Iceland
- Ireland
- Luxembourg
- Malta
- Norway
- Spain
- Switzerland
Nederland heeft ook een procedure op basis van zelfbeschikking voor volwassenen, hoewel het wetsvoorstel om het proces te vereenvoudigen en minderjarigen hierin op te nemen aanzienlijke vertraging heeft opgelopen. In schril contrast hiermee eisen 29 landen nog steeds een diagnose van een psychische aandoening om iemands geslacht wettelijk te kunnen wijzigen, wat de verouderde pathologisering van trans identiteiten versterkt. Bovendien bieden 14 landen in de regio geen enkele vorm van juridische erkenning en in Hongarije is er een expliciet verbod van kracht.
Hiaten in juridische bescherming en veiligheid
Wat betreft fundamentele veiligheid, vertoont het juridische kader op het continent cruciale zwaktes. Minder dan de helft van de onderzochte landen (21) heeft wetgeving tegen haatmisdrijven waarin genderidentiteit expliciet als beschermd kenmerk is opgenomen. De situatie is nog zorgwekkender wat betreft haatzaaien, waar slechts 14 landen dergelijke bescherming bieden.
Positiever is dat een meerderheid van 29 landen non-discriminatiewetgeving heeft ingevoerd die genderidentiteit omvat. Nederland behoort tot de landen die expliciete bescherming bieden in wetten met betrekking tot haatmisdrijven, haatzaaien en non-discriminatie.
Gezondheidszorg, gezin en asiel
Lichamelijke autonomie en toegang tot gezondheidszorg blijven belangrijke obstakels. Volgens TGEU hebben slechts 11 landen trans identiteiten volledig gedepathologiseerd, wat betekent dat een diagnose van een psychische aandoening geen voorwaarde meer is voor toegang tot trans-specifieke zorg. Tegelijkertijd bestaat er in slechts zeven landen wetgeving die schadelijke 'conversiepraktijken' op basis van genderidentiteit verbiedt.
Op het gebied van familierecht worden de rechten van trans ouders in 22 landen erkend, waar zij hun correcte gender op de geboorteaktes van hun kinderen kunnen laten vermelden. Voor trans personen die veiligheid zoeken voor vervolging, is de situatie precair; slechts 11 landen noemen genderidentiteit expliciet als beschermde grond in hun asielwetgeving.
Een ongelijke weg vooruit
De gegevens van TGEU bieden een uitgebreid, en tegelijk ontnuchterend, overzicht van de huidige stand van zaken wat betreft transrechten. Het legt een duidelijke oost-west- en noord-zuidkloof in vooruitgang bloot en onderstreept dat zelfs in progressievere landen hiaten in de wetgeving trans personen kwetsbaar kunnen maken. De bevindingen dienen als een cruciaal instrument voor belangenbehartigers en beleidsmakers die werken aan het waarborgen van de rechten, waardigheid en veiligheid van alle trans personen op het continent.