De geruchten voor de storm
In de zomer van 1981 bereikten de eerste geruchten van over de Atlantische Oceaan de levendige Amsterdamse gayscene. Nieuwsberichten spraken over een mysterieuze en agressieve 'homokanker' die jonge mannen in New York en San Francisco velde. Voor velen in Nederland voelde het ver weg, een Amerikaans probleem. Maar voor artsen als microbioloog Roel Coutinho, destijds werkzaam bij de GGD Amsterdam, sloop de angst erin. De storm was op komst.
Robbert Blokland en Matthijs le Loux:
Live to tell. Het verhaal van hiv en aids in Nederland
In 1982 was het zover. In het Academisch Medisch Centrum (AMC) werd internist Jan van der Meer geconfronteerd met een patiënt genaamd Dick, een steward die voor zijn ogen wegkwijnde. Hij zat onder de paarse vlekken – kaposisarcoom – en zijn longen begaven het door een zeldzame longontsteking. "We hadden geen idee wat het was," herinnerde van der Meer zich. "We stonden erbij, keken ernaar, en onze patiënten gingen dood. We konden niets doen."
Een gemeenschap onder vuur
De ziekte, die al snel bekend zou worden als aids, raasde met een angstaanjagende snelheid door de gemeenschap. Het was een plaag die zich specifiek op homomannen leek te richten en het lichaam tegen zichzelf keerde. Angst en paranoia grepen de stad in hun greep. Jonge, gezonde mannen werden plotseling geconfronteerd met een doodvonnis, hun levens afgebroken door een onzichtbare vijand. De medische wereld stond machteloos en kon weinig meer bieden dan troost terwijl patiënten bezweken aan een opeenstapeling van opportunistische infecties.
"Het was een bizarre, beangstigende tijd," zei epidemioloog Frits van Griensven. De onmacht was diepgaand, niet alleen voor de patiënten, maar ook voor de artsen en verpleegkundigen in de frontlinie die alleen maar getuige konden zijn van de verwoesting.
"We stonden erbij, keken ernaar, en onze patiënten gingen dood. We konden niets doen."
Wetenschap en solidariteit: de Amsterdamse Cohortstudies
In het licht van deze crisis werd een unieke en krachtige alliantie gesmeed. In 1984 lanceerden Coutinho en van Griensven, samen met belangenorganisaties als het COC en de Schorerstichting, de Amsterdamse Cohortstudies (ACS). Het doel was om dit nieuwe virus te begrijpen: hoe het zich verspreidde, hoe de ziekte zich ontwikkelde en wie risico liep.
De reactie vanuit de homogemeenschap was een daad van ongelooflijke moed. Meer dan 700 mannen meldden zich vrijwillig aan. Ze stemden ermee in om elke drie maanden bloed af te staan en zeer persoonlijke vragen over hun leven en seksuele gewoonten te beantwoorden. Ze stelden hun vertrouwen in de wetenschap in een tijd van immense angst en stigma, in de hoop antwoorden te vinden die hun vrienden, hun geliefden en henzelf konden redden.
De eerste resultaten waren grimmig. Bloedmonsters uit 1984 toonden aan dat bijna een derde van de deelnemers al besmet was met wat later als hiv zou worden geïdentificeerd. De studie werd een kroniek van de meedogenloze opmars van de epidemie, die in realtime volgde hoe gezonde mannen aids kregen en stierven. Toch waren deze pijnlijke gegevens cruciaal. De ACS leverde onschatbare inzichten in het virus en droeg bij aan de wereldwijde wetenschappelijke inspanning die uiteindelijk zou leiden tot levensreddende behandelingen.
De erfenis van de strijd
Meer dan een decennium lang was er geen genezing. De gemeenschap organiseerde zich en creëerde ondersteunende netwerken zoals Buddyzorg om voor de zieken en stervenden te zorgen. Ze liepen marsen en protesteerden, vochten tegen discriminatie en eisten actie van de overheid. Pas in 1996, met de komst van de combinatietherapie, begon het tij eindelijk te keren. Hiv veranderde van een doodvonnis in een behandelbare chronische aandoening.
Vandaag de dag herdenkt Nederland de duizenden levens die verloren zijn gegaan. Het Aidsmonument aan de Piet Heinkade in Amsterdam is een eerbetoon aan een generatie mannen die te vroeg werd weggenomen. Het verhaal van de vroege aidscrisis is niet alleen een verhaal van tragedie en verlies; het is een krachtige geschiedenis van een gemeenschap die, geconfronteerd met vernietiging, reageerde met moed, solidariteit en een vastberaden strijd voor het leven.
Gebaseerd op dit artikel in Parool