Een recente peiling naar de stemintenties van lhbti+'ers in Frankrijk zet een gangbaar narratief binnen de gemeenschap op losse schroeven: lesbiennes voelen zich niet alleen aangetrokken tot extreemrechtse partijen, maar steunen deze mogelijk zelfs in iets grotere getale dan homoseksuele mannen. De resultaten weerspreken een recente uitspraak van de prominente Franse lesbische activiste en politica Alice Coffin, die stelde dat de opkomst van extreemrechts vooral een fenomeen onder homomannen was.
Tijdens een toespraak op een festival in Strasbourg verwees Coffin naar peilingscijfers waaruit bleek dat 32% van de Franse lhbti+'ers van plan is om bij de presidentsverkiezingen van 2027 op een extreemrechtse kandidaat te stemmen. "Sorry homo's, maar jullie zullen hier verantwoordelijkheid voor moeten nemen," stelde ze, waarmee ze suggereerde dat lesbiennes niet meegaan in deze trend. Een nadere blik op de data van de peiling, uitgevoerd door Ifop voor het Franse magazine Têtu, laat echter een genuanceerder en voor sommigen verrassend beeld zien.
De cijfers onder de loep
De peiling onderzocht specifiek de stemintenties voor kandidaten bij de presidentsverkiezingen van 2027. Uitgesplitst naar seksuele oriëntatie lieten de resultaten voor de belangrijkste extreemrechtse partij, Rassemblement National (RN) onder leiding van Jordan Bardella, het volgende zien:
- Lesbiennes: 37% gaf aan op Bardella te willen stemmen.
- Homomannen: 25% gaf aan op Bardella te willen stemmen.
Wanneer ook andere extreemrechtse kandidaten zoals Éric Zemmour worden meegeteld, komt de totale steun voor het 'radicaal-rechtse' blok onder lesbiennes uit op 37%, tegenover 29% onder homomannen. Daarbij moet worden opgemerkt, zoals ook in de oorspronkelijke analyse gebeurde, dat peilingen onder subgroepen te maken hebben met kleinere steekproeven (in dit geval 78 lesbiennes en 214 homomannen), waardoor de foutmarge toeneemt. Deze cijfers duiden dan ook eerder op een trend dan op een definitieve statistische zekerheid.
Een groeiende trend?
Een vergelijking tussen deze data en een vergelijkbare peiling uit 2022, voorafgaand aan de toenmalige presidentsverkiezingen, wijst op een aanzienlijke verschuiving. In 2022 lag het totale aandeel extreemrechtse stemmen onder homomannen (31%) nog iets hoger dan onder lesbiennes (27%). Wel was de steun voor Marine Le Pen en haar partij RN destijds al groter onder lesbiennes (21%) dan onder homomannen (16%).
Uit de meest recente peiling blijkt dat de steun voor extreemrechts onder homomannen relatief stabiel is gebleven, maar onder lesbiennes aanzienlijk is toegenomen, voornamelijk gedreven door RN. Deze ontwikkeling tart de hardnekkige aanname dat lesbiennes, als dubbel gemarginaliseerde groep (zowel vrouw als queer), zich fundamenteel zouden verzetten tegen extreemrechtse ideologieën.
Europese context
Deze ontwikkeling in Frankrijk staat niet op zichzelf. Het idee van een 'vrouwelijke immuniteit' tegen extreemrechtse politiek wordt in heel Europa steeds vaker in twijfel getrokken. De opkomst van vrouwelijke leiders binnen uiterst rechtse bewegingen, zoals Giorgia Meloni in Italië en Marine Le Pen in Frankrijk, toont aan dat de aantrekkingskracht gendergrenzen overstijgt.
Veelzeggend is ook het voorbeeld van Alice Weidel, de openlijk lesbische medepartijleider van het Duitse extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD). Haar prominente positie herinnert eraan dat politieke identiteit complex is en zich niet eenvoudig laat voorspellen op basis van seksuele oriëntatie of gender.
Voor de lhbti+-gemeenschap in Nederland en daarbuiten stemmen deze Franse bevindingen tot nadenken. Ze benadrukken dat de queergemeenschap geen politieke monoliet is en vatbaar is voor dezelfde populistische en nationalistische stromingen die ook de rest van de samenleving beïnvloeden. De cijfers dagen uit om voorbij simplistische interne scheidslijnen te kijken en te begrijpen waarom sommige leden van de gemeenschap zich aangetrokken voelen tot partijen waarvan de standpunten vaak haaks staan op lhbti+-rechten.