Een roep om een middenweg in een gepolariseerd debat
In De Telegraaf heeft psychiater en columnist Esther van Fenema zich gemengd in het steeds meer gepolariseerde publieke debat over transgenderzorg voor jongeren. Ze pleit voor een genuanceerdere aanpak en waarschuwt dat het huidige klimaat van extremen juist de mensen in de steek laat die het zou moeten helpen.
Van Fenema begint met de bevestiging dat transgender personen respect, veiligheid en kwalitatieve zorg verdienen, en wijst simplistische en schadelijke afwijzingen als "het is maar een fase" van de hand. Ze stelt echter dat het debat is gekaapt door twee tegengestelde en, in haar ogen, even weinig behulpzame verhalen.
"Aan de ene kant is er het kamp dat transgendergevoelens afdoet als een modeverschijnsel, decadentie of maatschappelijk verval", schrijft ze. Aan de andere kant signaleert ze een narratief dat een medische transitie voorstelt als een eenvoudige, universele oplossing: "iemand ervaart genderdysforie, krijgt een medische behandeling en alles komt goed." Volgens Van Fenema is ook deze laatste visie even eenzijdig.
De visie vanuit de klinische praktijk
Vanuit haar professionele ervaring beschrijft Van Fenema een complexere realiteit. Ze merkt op dat veel jongeren die ze ziet niet alleen worstelen met hun genderidentiteit, maar ook met bijkomende problematiek zoals trauma, depressie, autisme of persoonlijkheidsstoornissen.
"Vaak hopen ze – onbewust – dat een transitie hen zal helpen zich prettiger te voelen in hun lichaam en in de wereld", legt ze uit. Hoewel een transitie voor velen essentiële rust kan brengen, waarschuwt ze dat bij anderen de onderliggende psychische nood kan blijven bestaan of zelfs kan verergeren als deze niet adequaat wordt aangepakt.
De gevaren van een alles-of-nietsbenadering
De kern van Van Fenema's betoog is dat de huidige maatschappelijke druk iedereen schaadt. "Als transzorg taboe wordt, krijgen mensen die werkelijk geholpen moeten worden die hulp niet", stelt ze, waarmee ze het reële gevaar van anti-transretoriek erkent.
Tegelijkertijd uit ze haar bezorgdheid over een klimaat waarin elke aarzeling als transfobie wordt bestempeld. "Als elke twijfel met argwaan wordt bekeken en elk voorbehoud als afwijzing wordt gezien, ontstaat er een andere vorm van schade. We lopen het risico jongeren in de steek te laten die niet alleen worstelen met gender, maar ook met trauma, verlies en identiteit."
Ze wijst ook op de praktische gevolgen van een overbelast systeem. Ze merkt op dat lange wachtlijsten voor zorg in Nederland sommigen ertoe aanzetten om hormonen op de zwarte markt te zoeken of naar het buitenland te reizen voor een behandeling, met alle serieuze medische risico's van dien.
Een pleidooi voor 'zorgvuldigheid'
Van Fenema's pleidooi is om "uit de loopgraven te blijven". Ze pleit voor het behoud van de zorgvuldige screeningprocessen die in Nederland bestaan, waarbij alle aspecten van de mentale gezondheid van een jongere serieus worden genomen zonder hun genderdysforie te bagatelliseren of belachelijk te maken.
"Zorgvuldigheid is geen afwijzing; het is zorg", concludeert ze. Ze benadrukt de noodzaak om kwetsbare jongeren te begrijpen en te beschermen, in plaats van hen in een ideologisch kamp te duwen.
De oorspronkelijke column van Esther van Fenema is te lezen op De Telegraaf.