Een voelbaar gevoel van opluchting en hoop vulde zaterdag de straten van Boedapest, waar meer dan 10.000 mensen deelnamen aan de jaarlijkse Pride-mars. Het was de eerste mars sinds de verkiezingsnederlaag van de rechtse leider Viktor Orbán.
Deelnemers trotseerden recordtemperaturen en liepen mee met grote regenboogvlaggen en vlaggen van de Europese Unie, wat een duidelijke sfeeromslag markeerde ten opzichte van voorgaande jaren. Vorig jaar veranderde het evenement, dat de regering-Orbán probeerde te verbieden, in een grootschalig protest tegen de regering. Dit jaar, na de nederlaag van Orbán tegen de centrumrechtse Tisza-partij van Péter Magyar in april, werd het verbod opgeheven, waardoor de viering vrij kon doorgaan.
De verandering ontging de aanwezigen niet. "Iedereen is gewoon zo veel opgewekter", zei de 18-jarige studente Fanni Fajth tegen Reuters. Velen spraken de hoop uit op een toekomst met uitgebreidere rechten, waaronder het huwelijk voor iedereen en het recht op adoptie.
Een erfenis van vijandige wetgeving
Het optimisme volgt op een decennium van steeds vijandiger beleid onder Orbán, die zichzelf positioneerde als een verdediger van 'christelijke waarden' tegen het zogenoemde westerse liberalisme. Zijn regering voerde een reeks wetten in die rechtstreeks gericht waren tegen de lhbtq+-gemeenschap, waaronder:
- Een verbod op de wettelijke erkenning van genderidentiteit in persoonsdocumenten.
- Het praktisch onmogelijk maken van adoptie door koppels van hetzelfde geslacht.
- De invoering van een controversiële 'propagandawet' die materiaal op scholen verbood dat werd geacht homoseksualiteit of een gender-transitie te promoten, een wet die in de hele Europese Unie breed werd veroordeeld.
Voor velen is de politieke verschuiving een welkome verademing. "De grootste verandering is eigenlijk de verandering in de politiek van het land", merkte Máté Tarnai, een 51-jarige chemicus, op. "We voelen ons persoonlijk ook vrijer en de sfeer in het land is veel meer ontspannen dan vorig jaar."
Voorzichtige hoop voor de toekomst
Hoewel de stemming feestelijk was, is er een onderstroom van voorzichtigheid ten aanzien van de nieuwe regering. De nieuwe leider, Péter Magyar, is een conservatief figuur. Toen Hongaarse media hem vroegen naar het intrekken van Orbáns anti-lhbtq+-wetgeving, zou hij om geduld hebben gevraagd.
Dit laat de gemeenschap achter in een staat van hoopvolle onzekerheid. De vrijheid om te marcheren zonder tegenstand van de staat is een duidelijke overwinning, maar de weg naar volledige juridische gelijkheid blijft onduidelijk. Voorlopig richten de deelnemers zich op de directe verandering in hun dagelijks leven.
Boglárka Boruzs, een 23-jarige tolk, zei dat de belangrijkste verandering is dat lhbtq+-mensen zich veiliger en meer geaccepteerd kunnen voelen. Ze benadrukte de kracht van politiek leiderschap om "de samenleving te laten begrijpen dat het oké is om gay te zijn." De mars in Boedapest dient als een krachtige publieke uiting van dit sentiment, terwijl de gemeenschap afwacht of het nieuwe politieke hoofdstuk de wetswijzigingen zal brengen waarvoor ze zo lang heeft gestreden.