Het boek dient als een veelzijdig antwoord op een klimaat van toenemende vijandigheid. Het is deels een persoonlijke memoire over diens eigen genderreis, deels een scherpe weerlegging van veelvoorkomende transfobe argumenten, en deels een kwetsbaar verslag van het omgaan met genderdysforie.
"Ik vroeg me af: waarom maken mensen zich druk om wat ik met mijn eigen lichaam doe, of welke letter er in mijn paspoort staat?" legde Duyvendak (28) uit in een interview met dagblad Trouw. Deze vraag werd een drijvende kracht achter het boek.
Een reis door twijfel en dysforie
Duyvendak, die de voornaamwoorden die/diens gebruikt, kwam in 2021 publiekelijk uit de kast als non-binair. Diens reis begon echter al veel eerder, gekenmerkt door een aanhoudend gevoel een 'nepvrouw' en geen 'kloppend mens' te zijn. Dit diepgewortelde ongemak met het bij geboorte toegewezen geslacht staat bekend als genderdysforie.
"Het is alsof je op een toets steeds de verkeerde antwoorden geeft, ook al heb je er keihard voor geleerd," zei die, terwijl die het gevoel omschreef. "Ik heb lang gedacht dat ik gewoon een laag zelfbeeld had. Maar toen ik andere kleding ging dragen, begon er iets te stromen. Ik begon me te realiseren: mijn batterij is niet kapot, hij zat er gewoon verkeerd om in."
Het boek verkent openhartig de onzekerheid en zelftwijfel die vaak deel uitmaken van het proces, een nuance die regelmatig ontbreekt in publieke verhalen. "Trans en non-binaire mensen voelen zich vaak gedwongen om assertief en op de barricaden te staan, omdat een deel van de bevolking je bestaansrecht ontkent," merkte Duyvendak op. "Je hebt weinig vrijheid om zichtbaar te twijfelen, want die twijfel kan worden gezien als: 'zie je wel, je weet het niet, je bent gewoon in de war'."
Van 'verkeerd kostuum' naar zelfacceptatie
De fysieke manifestatie van dysforie was een aanzienlijke strijd. Duyvendak omschrijft diens lichaam als een 'verkeerd kostuum' en simpele handelingen zoals douchen als een bron van paniek. "Het voelt een beetje claustrofobisch, alsof je vastzit in een lift," deelde die.
Een keerpunt kwam vorig jaar met een borstverwijderende operatie, een ingreep die diens dysforie aanzienlijk heeft verminderd. "Alles is nu veel minder een gevecht," zei die. "Ik voel me dichter bij mezelf en dichter bij anderen, omdat een deel van de vervreemding is verdwenen."
Deze nieuw gevonden rust voedde ook het verlangen om de negativiteit tegen te gaan die die zo lang had geobserveerd bij extreemrechtse groepen en anti-genderactivisten. "Ik begon me af te vragen: waarom denken andere mensen dat ik een gevaar ben?"
De argumenten aanpakken
Een kernonderdeel van 'Het is misschien wennen' is de directe confrontatie met veelvoorkomende anti-trans-gesprekspunten. Duyvendak behandelt methodisch de argumenten die die tegenkwam tijdens diens tijd op online haatforums.
- Over de 'Apache-gevechtshelikopter'-grap: Duyvendak erkent de bedoeling om non-binaire identiteiten ongeldig te verklaren door ze te vergelijken met levenloze objecten. Die herleidt dit tot een rigide, binair wereldbeeld. "Ik snap wel waar het vandaan komt; we zijn met dat binaire opgevoed... De allereerste keer dat ik over non-binair hoorde, dacht ik ook: maar dat kan toch niet?"
- Over transitie om aan vrouwenhaat te ontsnappen: Die pakt ook de theorie aan, die soms door oudere feministen wordt geuit, dat personen die bij de geboorte als vrouw zijn toegewezen in transitie gaan om aan seksisme te ontsnappen. Duyvendak weerlegt dit door erop te wijzen dat trans mensen vaak met meer, niet minder, vijandigheid en geweld te maken krijgen. "Als je je alleen maar op die sociale mechanismen richt, dan ontken je dat er een intrinsieke beleving van je identiteit is."
Duyvendak hoopt de kloof met feministische bewegingen te overbruggen en merkt op dat het concept 'gender' als sociaal construct centraal stond in de tweede feministische golf. "Nu heeft 'gender' een iets andere betekenis: het gaat ook over je innerlijke waarheid. Maar die twee hoeven niet met elkaar in conflict te zijn," stelt die. "Ik hoop dat we op hetzelfde pad verder kunnen gaan. Dat iedereen zo veel mogelijk vrijheid heeft om te zijn wie die is, en daar ook erkenning voor krijgt."
Uiteindelijk is het boek een oproep tot zelfbeschikking en een getuigenis van een reis van intern conflict naar een meer geïntegreerd zelf. Het dient zowel als een persoonlijk verhaal als een publieke bron voor een gemeenschap die zich door een vaak moeilijk landschap navigeert.