Is dit hoe vooruitgang eruitziet?
De krantenkoppen stonden er vorige week vol mee: Grace Richardson (20) werd gekroond tot Miss England en onmiddellijk door de media gevierd als de 'eerste openlijk lesbische' winnares van de verkiezing. Op het eerste gezicht voelt het als een historisch moment, een duidelijke overwinning voor lhbtq+-representatie. Maar terwijl de confetti neerdaalt, rijst er voor velen in onze gemeenschap een bekende, knagende vraag: is dit echt de vooruitgang waar we voor hebben gevochten, of is het iets heel anders, vraagt Lotte Jeffs zich af in The Independent.
Hoewel we op persoonlijk vlak zeker blij kunnen zijn voor Richardson – vooral gezien haar verleden met homofobe pesterijen – is het cruciaal dat we kritisch kijken naar het verhaal dat wordt gepresenteerd. Vieren we bevrijding, of vieren we assimilatie in een baljurk?
Laten we 'openlijk gay' met pensioen sturen
Laten we het eerst hebben over die twee woordjes die maar niet lijken te verdwijnen: 'openlijk gay'. Waarom wordt dit voorvoegsel vandaag de dag nog steeds aan ons gekoppeld alsof het een noodzakelijke verduidelijking is? Niemand stelt op een feestje zijn 'openlijk heteroseksuele' vriend voor. De term, hoe goed bedoeld ook, kadert onze identiteit als een onthulling, een stukje informatie dat moet worden meegedeeld voor het gemak van een veronderstelde heterowereld. Het versterkt juist het idee dat hetero de norm is en queer de afwijking.
Zoals acteur Andrew Scott al aangaf, zou de term volledig 'geparkeerd' moeten worden.
"Je bent nooit op een feestje en zegt: 'Dit is mijn openlijk homoseksuele vriend.' Je zegt ook niet dat je openlijk Iers bent. Of openlijk linkshandig. Waarom plaatsen we 'openlijk' voor dat bijvoeglijk naamwoord?"
Zijn punt is scherp: de term heeft een ongemakkelijke ondertoon, alsof zonder schaamte zichtbaar zijn nog steeds een opmerkelijke daad is die een speciale kwalificatie vereist.
De gouden kooi van de 'eerstelingen'
Dit gaat niet alleen over taal; het gaat over de instituten die ons 'accepteren'. De Miss England-verkiezing is, ondanks haar moderne glans, nog steeds een bastion van traditionele, vaak bekrompen, idealen over vrouwelijkheid. Een lesbische winnares kronen en dat uitroepen tot een historische overwinning voelt minder als een revolutie en meer alsof het instituut zichzelf feliciteert omdat het eindelijk een van ons heeft binnengelaten.
Het is een patroon dat we enkele weken geleden ook zagen toen Jonathan Bailey door People werd uitgeroepen tot 'Sexiest Man Alive' en onmiddellijk het stempel kreeg van 'de eerste openlijk homoseksuele man' met die titel. Dit soort momenten zegt vaak meer over de lange geschiedenis van uitsluiting door het instituut dan over oprechte, radicale inclusie. Het maakt van onze identiteit een noviteit, een marketinginsteek voor een oud systeem dat relevant probeert te lijken.
En dit is niet alleen een Brits fenomeen. We zien een vergelijkbare dynamiek hier in Nederland. Krantenkoppen vieren maar al te graag de 'eerste openlijk homoseksuele' persoon in een bepaalde rol, en framen onze zichtbaarheid als een geschenk van de mainstream, in plaats van een fundamenteel recht dat we al bezitten.
Waar moet onze energie naartoe?
De viering rond de overwinning van Richardson voelt hol aan, omdat haar identiteit wordt gebruikt om een instituut te moderniseren dat fundamenteel uit de pas loopt met de wereld die velen van ons proberen op te bouwen. Een 'openlijk gay' persoon die door de mainstream wordt omarmd, is vaak een vorm van queerness die veilig en verteerbaar is gemaakt, en ontdaan van haar radicale potentieel.
Ondertussen krijgen de queergemeenschappen die het meest urgente en levensveranderende werk doen – in de strijd voor betere transzorg, veilige huisvesting voor queerjongeren en echte sociale rechtvaardigheid – zelden dit soort fanfare.
Echte vooruitgang gaat niet over de 'eerste' zijn die hun kamer binnen mag; het gaat over het bouwen van een wereld waarin we hun validatie überhaupt niet nodig hebben. Laten we onze energie en ons applaus dáárop richten.
Lees het oorspronkelijke opiniestuk van Lotte Jeffs in The Independent.